Zacht fluitend ineens in de heesters vinden zij zich terug in een beloofd land, nu iets hen heeft verdreven precies op iemands tijd, voorboden en ontheemden.
In kleine groepen kwamen ze op vleugels van de invallende winter uit het noorden. Van de kaart maar onverschrokken belagen zij cotoneaster en viburnum opulus.
Onthalen wij hen met een nieuwe naam: Murmelende zijdevogel of gekuifde wasvleugel. Wachten wij op wat komt als de laatste bessen zijn gegeten.