Donderjagen in hoge kruinen, wiegen in de voorjaarswind, schelden in de takken, peuren in de zwarte grond, zomaar schroevend stijgen met de zwerm in zeldzaam eenparig zwijgen
en eindelijk neerstrijken, de vleugels naast je vouwen en langzaam bevriezen tot een luchtledig gebaar in keiharde sneeuw.